Nilling.com
 

Nieuws - Actueel

 

Nieuws van Uw Apotheek Nilling

Deze informatie is o.a. afkomstig van de site www.knmp.nl

8 oktober 2008

Uit het basispakket per 1 januari 2009 : BENZODIAZEPINEN

Vanaf 1 januari 2009 worden benzodiazepinen voor het gebruik als slaap- en kalmeringsmiddel door uw zorgverzekeraar niet meer vergoed.

Voorbeelden hiervan zijn: oxazepam, diazepam, temazepam, midazolam, lorazepam, bromazepam, alprazolam, zolpidem en zopiclon

De vergoeding blijft wél bestaan voor de volgende vier indicaties:

- als onderhoudsbehandeling bij epilepsie of als behandeling bij epileptisch insult
- als behandeling van angststoornissen, waarbij medicamenteuze therapie met tenminste twee antidepressiva conform geldende richtlijnen heeft gefaald
- als behandeling bij multipele psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is
- als palliatieve sedatie bij terminale zorg

VRAAG UW ZORGVERZEKERAAR OM ADVIES

8 oktober 2008

Versobering van het basispakket per 1 januari 2009 : STATINEN

Vanaf 1 januari 2009 vergoedt uw zorgverzekeraar van de groep cholesterolverlagende middelen alléén simvastatine tenzij er een duidelijke reden is om hier van af te wijken. Alle ándere cholesterolverlagende middelen zoals Lipitor® , Selektine® en Crestor® worden alleen vergoed indien behandeling met simvastatine onvoldoende effectief is gebleken of om medische redenen ongewenst is.

Het CVZ heeft in het pakketadvies 2008 voorgesteld de nadere voorwaarden van cholesterolverlagers aan te passen. Het voorstel was de voorwaarden zo te actualiseren dat behandeling met andere cholesterolverlagende geneesmiddelen dan simvastatine uitsluitend wordt vergoed als behandeling met simvastatine onvoldoende effectief is gebleken of om medische redenen ongewenst is.

VRAAG UW ZORGVERZEKERAAR OM ADVIES



JUNI 2008

Geneesmiddelenbeleid in klare taal
Wat gaat er veranderen?
Vanaf 1 juli 2008 is het mogelijk dat uw zorgverzekeraar niet meer al uw geneesmiddelen vergoedt. Van een geneesmiddel op doktersrecept, kan een verzekeraar bepalen dat het middel van de ene fabrikant wel, maar van een andere fabrikant niet aan u vergoed wordt. Dit zogenoemde preferentie beleid betekent dat alleen de goedkoopste variant binnen een bepaalde groep geneesmiddelen wordt vergoed. Alleen wanneer de arts op het recept ‘medische noodzaak’ heeft gezet, wordt het merk geneesmiddel wel vergoed.

Uw apotheker staat positief tegenover lagere prijzen maar hier moet wel een eerlijke vergoeding tegenover staan. Medicijnen worden nu tot 90% goedkoper en hierdoor kan het zo zijn dat uw apotheker niet meer de zorg en kwaliteit kan leveren die u van uw apotheker mag verwachten. Apothekers willen daarom een eerlijke vergoeding.

De gezondheidszorg is duur en daar waar er bezuinigd kan worden, moeten we dat doen. Ook de apothekers zijn het er over eens dat op de geneesmiddelenmarkt bezuinigd wordt. Ze zijn het echter niet eens met de manier waarop het nu gebeurt: door het zogeheten preferentiebeleid, dat overigens al sinds 2005 in de zorgverzekeringswet als mogelijkheid is opgenomen.

Wat is preferentiebeleid?
Preferentiebeleid houdt in dat een verzekeraar, na een inschrijving door fabrikanten, bepaalt dat binnen een bepaalde groep geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof en toedieningwijze, alleen de goedkoopste (generieke) variant wordt vergoed aan patiënten, dan wel dat geneesmiddelen met een mogelijke prijsafwijking van 3 tot 5% van de goedkoopste variant alleen vergoed worden. De fabrikant die voor dat generieke geneesmiddel als preferente leverancier wordt aangemerkt moet wel de gehele Nederlandse markt kunnen voorzien. Het geneesmiddel wordt voor een bepaalde periode (bijvoorbeeld 6 maanden) aangewezen als preferent, waarna opnieuw een aanbiedingsronde kan worden gehouden door de verzekeraar. Alleen indien een patiënt om medische redenen niet uitkomt met het preferente middel, maar wel met een van de duurdere varianten, kan de arts een uitzondering maken. De arts dient de reden van de ‘medische noodzaak’ vast te leggen in zijn dossier en op het recept of apart formulier “Medische noodzaak” te vermelden.

Voorbeeld:
Geneesmiddel Prijs maand mei Prijs maand juni
Sumatriptan 100 mg fabrieksverpakking 1 100 50
Sumatriptan 100mg fabrieksverpakking 2 100 45
Sumatriptan 100mg fabrieksverpakking 3 100 30
Imigran Ftab 100mg 100 80

Vanaf de maand juli wordt alleen Sumatriptan 100mg fabrieksverpakking 3 vergoed, omdat dat de goedkoopste variant is (met een mogelijke prijsafwijking van 5%). Alle andere middelen worden in het geheel niet vergoed (dus ook niet met bijbetaling). Indien er een medische noodzaak bestaat voor bijvoorbeeld fabrieksverpakking 2, dan wordt dat middel wel vergoed. Voor de patiënt heeft dit tot gevolg dat hij over moet stappen op een andere fabrieksverpakking. Omdat de verpakking er anders uitziet, maar soms ook het uiterlijk van de pillen (kleur, vorm) zijn er mogelijk risico’s voor dubbelgebruik en therapie-ontrouw.

Omdat verzekeraars in het voorjaar van 2008 het niet eens konden worden met de koepels van geneesmiddelfabrikanten, de minister van VWS, apothekers en de groothandel, over een traject van snelle prijsverlagingen in ruil voor een hoger, kostendekkend tarief voor apothekers, hebben enkele grote verzekeraars (UVIT, Menzis, CZ en Agis) het bestaande preferentiebeleid van 3 geneesmiddelen (simvastatine, pravastatine en omeprazol) flink uitgebreid. Dit heeft geresulteerd in een prijzenslag van meer dan 30 generieke geneesmiddelen. De prijzen zijn met 60 tot bijna 95% gedaald. Concreet betekent dit dat enkele miljoenen patiënten in juli 2008 moeten switchen naar het goedkoopste geneesmiddel, mits dit leverbaar is door de apotheek. De apothekers zijn tegen het systeem van preferentie. Op deze wijze bepaalt de verzekeraar welke fabrieksverpakking door de apotheek moet worden geleverd. Dit geeft naast logistieke problemen veel onrust bij patiënten met mogelijk schadelijke gevolgen.
De apothekers zijn, net als de KNMP, beroepsorganisatie van apothekers, altijd voorstander geweest voor lage prijzen van generieke geneesmiddelen. Alleen moet dit wel gecombineerd worden met een kostendekkend tarief. Het vaste tarief voor een recept bedraagt op dit moment € 6,00. Dit is, op basis van een kostenonderzoek uit 2004, in het geheel niet kostendekkend en zou ongeveer € 8,25 moeten zijn. Dat tekort hebben de apothekers tot nu toe kunnen opvangen door de kortingen van vooral generieke geneesmiddelen.
Omdat die kortingen nu in snel tempo verdwijnen trekken apothekers aan de bel. Vele apothekers kunnen in financiële problemen komen als de receptregel vergoeding niet snel wordt aangepast. De prijsdalingen zijn zo fors, dat ook de levering van de nu goedkopere geneesmiddelen in gevaar komt. Immers de prijs is gedaald tot onder de inkoopprijs van de groothandel en de groothandels kunnen de kosten van het transport niet meer terug- verdienen. Het kan dus heel goed denkbaar zijn dat de geneesmiddelen niet gedistribueerd kunnen worden naar de apotheken. Op www.knmp.nl treft u een overzicht van de geneesmiddelen per verzekeraar die met ingang van 1 juli 2008 als preferent worden aangewezen. In het transitieakkoord (afspraak tussen ondermeer apothekers, zorgverzekeraars en ministerie van VWS) is afgesproken dat geneesmiddelprijzen dalen en het tarief dat apotheken in rekening brengen naar een aanvaardbaar niveau gaat. Het preferentiebeleid houdt in dat zorgverzekeraars binnen een groep geneesmiddelen met dezelfde toedieningsweg, sterkte en stof preparaten aanwijzen die zij als enige vergoeden. De toezegging in het akkoord (en later ook mondeling) dat apotheken worden gecompenseerd wordt tot ergernis van apothekers niet nagekomen. Apotheken zijn dus voor ‘Lage prijzen, maar dan ook een eerlijk tarief’. Het tarief is op dit moment bij lange na niet kostendekkend. Dat is door de Nederlandse Zorgautoriteit onderzocht en bevestigd. Dit wordt dus niet alleen door apothekers gedacht.